Laden...

Plaatsbeschrijving bij huur

Staat van bevinding bij aanvang huur

Sinds 18 mei 2007 is het verplicht om een tegensprekelijke, omstandige plaatsbeschrijving op te maken bij de aanvang van de huur (art. 1730 en 1731 van het Burgerlijk Wetboek). De bedoeling van deze plaatsbeschrijving is om de toestand van de woning of appartement op het einde van het huurcontract te kunnen vergelijken met de toestand aan het begin van de huurperiode. Wordt er geen plaatsbeschrijving opgemaakt, dan wordt er verondersteld dat de huurder het goed ontvangen heeft op dezelfde manier waarop het zich bevindt op het einde van het huurcontract.

Het opmaken van een plaatsbeschrijving moet gebeuren binnen de 14 dagen na aanvang van een huurcontract van minder dan één jaar en binnen de 30 dagen bij een huurcontract van meer dan één jaar. Het verslag van de plaatsbeschrijving moet tegensprekelijk zijn. Dat wil zeggen dat zowel de verhuurder als de huurder het verslag moeten ondertekenen voor akkoord. In de praktijk krijgen beide partijen de kans om 14 dagen na het opsturen van het verslag hun opmerkingen aan de expert over te maken. Tegen het einde van het huurcontract (na verwijdering van de meubels en voor het einde van het huurcontract) wordt er opnieuw een verslag of plaatsbeschrijving gemaakt en wordt de eventuele huurschade door de expert geraamd. Doordat de verslagen opgemaakt werden door een beëdigd expert, kunnen deze verslagen, indien nodig, gebruikt worden voor de rechtbank.

De plaatsbeschrijving moet vervolgens samen met het huurcontract geregistreerd worden. Meer informatie omtrent het registreren van de plaatsbeschrijving: Registratie plaatsbeschrijving.